Waterballonnen, sorochi en dronken mensen.
Huaraz, 3090 m boven de zeespiegel, 7 uur bussen ten noorden van Lima en omgeven door 23 pieken van de Cordillera Blanca. Een plek waar veel ijs- en rots-klimmers hun expedities voorbereiden en als het even meezit, na een geslaagde beklimming, weer terugkeren om op hun laueren te rusten, al dan niet met bevroren lichaamsdelen. Sommigen keren niet terug getuige de in memoriam berichtjes die je in ons hostel, maar ook in sommige restaurants aan de muur ziet hangen. Vaak zijn het compilaties van “summit-foto’s” (de trotse klimmer op de top van een of andere gigant vereeuwigd) en hun overlijdens advertentie. Een enkele keer wordt een persoonlijk atribuut meeïngelijst. Een petje die die klimmer altijd placht te dragen, of een klimhaak. Altijd zijn het jonge Europeanen. De prachtige besneeuwde vijf- en zesduizend meter hoge pieken, die we hier vanaf bijna elke plek in het stadje kunnen zien, hebben naast hun witte- dus ook een zwarte kant…..
Wij zijn hier eergisteren aangekomen met de nachtbus. Een bus in de klasse SUPERVIP zoals ze dat hier noemen. Een bus met slaapstoelen á la business class van een betere luchtvaartmaatschappij, een kussentje, een dekentje en een hapje en een drankje toe. De rit in dit super deluxe voertuig duurde 10 uur en verliep voorspoedig, we hebben zowaar het grootste deel van de rit kunnen slapen. Een klein minpuntje blijft de eeuwige lawaai-films die ze in bussen in het algemeen, en in deze bus dus ook, menen te moeten vertonen. De rit begon om 21.15 uur en tot een uur of 1 werden we getracteerd op, slecht in het spaans na-gesynchroniseerde, schietfilms! Tot overmaat van ramp bleef de aftiteling van de laatste film “hangen”. Na een minuut of twintig werd dat zelfs de Peruaanse passagiers te veel en werd na enig aandringen door hen de film gestopt. Ik moet eerlijk zeggen dat ik deze informatie van Bonnie heb want ik was al uren in dromenland…….
Het stadje ligt zoals gezegd op grote hoogte en dat valt te merken ook. Op deze hoogte ligt de hoogteziekte, of wel sorochi in het Spaans, op de loer. De eerste dag had ik hoofdpijn en moest ik voortdurend en zeer bewust een chronische hyperventilatie proberen te onderdrukken. Dat dit niet altijd geheel lukte bleek wel uit het feit dat ik op een gegeven moment toch wel redelijk heftige tintelingen in mijn gezicht en handen ervoer. Geen prettige ervaring. Gelukkig hielp een tablet Diamox en veel water drinken, zodat het de dag erna al veel beter ging.
Het centrum kent weer zijn gebruikelijke Plaza des Armes, met daarom heen de bekende statige gebouwen, restaurants en de gebruikelijke Cathedraal. In Haraz wordt de cathedraal nog gebouwd, of liever gezegd herbouwd. In 1970 werd de stad getroffen door een enorme aardbeving met duizende doden en een vrijwel totale verwoesting van grote delen van de stad. Ook de cathedraal werd getroffen en sedert die tijd is men bezig met de bouw van een nieuwe. Het skelet van beton en een van de twee torens staat er al….voorwaar geen geringe prestatie na 39 jaar! Ik heb er natuurlijk geen verstand van, en ik denk echt dat het een enorme klus moet zijn om zo’n cathedraal te bouwen, maar de drie bouwvakkers die er dagelijks bezig lijken te zijn krijgen de klus natuurlijk in nog geen honderd jaar geklaard! Dat is ook Zuid Amerika.
Het eten is hier goed en gevarieerd. Veel restaurantjes worden gerund door buitenlanders die hier blijkbaar hangen zijn gebleven na hun klimtochten. We hebben al Italiaans, Chileens en Thai gegeten en we kunnen nog terecht bij Zwitsers en de gebruikelijke Chinees.
Tijdens een van onze almuerzos (lunchen) op een terrasje werden we geconfronteerd met iets dat je hier vaker aantreft: openbare dronkenschap. Het was grappig om te zien hoe de serveerder resoluut, maar respectvol de twee heren, die in kennelijke staat verkeerden, en aan een tafeltje naast ons plaatsnamen om een bier te bestellen, afwimpelde. “Nee” zei hij ”we verkopen hier geen bier! alleen eten”….Interessant was dat het gehele buitenmeubilair (tafels, stoelen, parasols, uithangborden en menukaarten) overduidelijk gesponsord waren door het hier zeer bekende biermerk Cusqueña!! De heren waren te dronken om dat door te hebben en dropen rustig af. Een ander dronkaard met zelfkennis sprak ons even later aan. “Hi” zei hij: “I can speak English cause I’m drunk”. Hij grinnikte daarna schaapachtig en vervolgde toen: ” But I’m drunk so I better keep my mouth”. We staken slechts onze duimen op.
Op de terugweg naar ons hostal maakten we kennis met een ander in dit land gebruikelijk fenomeen: de waterballon. In het kader van het naderende carnaval gooien met name kleine jongetjes, met water gevulde ballonnen naar voorbijgangers, om daarna gillend van het lachen weg te rennen. Water is natuurlijk niet zo’n ramp, maar we hebben ons laten vertellen dat ze speciaal voor toeristen de ballonnen wel eens vullen met verf. Gelukkig hebben we deze bewering nog niet op waarheid kunnen toetsen…..Bonnie’s vuurspuwende ogen en geheven vingertje hebben ons overigens al een keer voor een aanval behoed….en misschien dwingt haar hier zeer ongebruikelijke blonde haar ook wel een beetje respect af.
Door hier op te klikken zie je de locatie op de grote overzichtskaart.
The Flash Player and a browser with Javascript support are needed..